Art. 4 Verordening (EEG) nr. 101/76
Ingeval de uitoefening van de visserij in het in artikel 2 bedoelde gedeelte der zee van de Lid-Staten bepaalde visgronden aan de risico's van overbevissing blootstellen , kan de Raad , op voorstel van de Commissie , volgens de procedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag , de voor de instandhouding van deze visgronden noodzakelijke maatregelen vaststellen .
Deze maatregelen kunnen met name beperkingen inhouden inzake de vangst van bepaalde vissoorten , de visgronden , de visperioden , de vismethoden en de vistuigen .