Art. 18 Richtlijn 76/308/EEG
De Lid-Staten zien wederzijds af van iedere vergoeding van de kosten die voortvloeien uit de wederzijdse bijstand welke zij elkaar overeenkomstig deze richtlijn verlenen .
De Lid-Staat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd , blijft echter ten opzichte van de Lid-Staat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd , verantwoordelijk voor de geldelijke gevolgen van eisen die als niet gerechtvaardigd zijn erkend , voor wat betreft de gegrondheid van de schuldvordering of de geldigheid van de door de verzoekende autoriteit afgegeven titel .