Art. 12 Richtlijn 75/362/EEG

Richtlijn 75/362/EEG

1. Indien in een ontvangende Lid-Staat voor naleving van de voorschriften inzake goed gedrag of betrouwbaarheid , daaronder begrepen tuchtrechtelijke voorschriften ter zake van ernstige fouten bij de beroepsuitoefening of van strafrechtelijke veroordelingen , wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen gelden die betrekking hebben op de uitoefening van een der in artikel 1 bedoelde werkzaamheden , verstrekt de Lid-Staat van oorsprong of van herkomst aan de ontvangende Lid-Staat de nodige inlichtingen betreffende de ten opzichte van de betrokkene genomen tuchtrechtelijke of administratieve maatregelen of sancties , alsmede betreffende de strafrechtelijke sancties die betrekking hebben op de uitoefening van het beroep in de Lid-Staat van oorsprong of van herkomst .

2. Indien de ontvangende Lid-Staat kennis heeft van ernstige en nauwkeurige feiten die buiten zijn grondgebied hebben plaatsgevonden en van invloed kunnen zijn op de uitoefening van de betrokken onderhavige werkzaamheid , kan hij de Lid-Staat van oorsprong of van herkomst daarvan op de hoogte stellen ; laatstgenoemde gaat de juistheid van de feiten na .

Deze feiten worden beoordeeld door de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat van oorsprong of van herkomst , die de consequenties die zij daaruit trekt ten aanzien van de door haar krachtens lid 1 verstrekte inlichtingen ter kennis van de ontvangende Lid-Staat brengt .

3. De Lid-Staten dragen er zorg voor dat de inhoud van de toegezonden inlichtingen geheim blijft .

Vorige artikelen

Volgende artikelen