Art. 37 Verordening (EEG) nr. 574/72, Bij de in artikel 36 van de toepassingsverordening bedoelde aanvraag om uitkeringen te voegen stukken en gegevens

Verordening (EEG) nr. 574/72

Voor de indiening van de in artikel 36 van de toepassingsverordening bedoelde aanvragen gelden de volgende regels:

a) de aanvraag dient vergezeld te gaan van de vereiste bewijsstukken en te zijn opgesteld op het formulier dat is voorgeschreven in de wettelijke regeling:

i) van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de aanvrager woont, in het geval bedoeld in artikel 36, lid 1;

ii) van de Lid-Staat waaraan de werknemer of zelfstandige laatstelijk onderworpen is geweest, in de gevallen bedoeld in artikel 36, leden 2 en 3;

b) de juistheid van de door de aanvrager verstrekte gegevens moet worden aangetoond door bij het aanvraagformulier gevoegde officiële stukken, of worden bevestigd door de bevoegde instanties van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan hij woont;

c) voor zover mogelijk moet de aanvrager vermelden, ofwel het orgaan of de organen van de invaliditeits- of ouderdomsverzekering of de verzekering bij overlijden (pensioenen) van elke Lid-Staat waarbij de werknemer of zelfstandige aangesloten is geweest, ofwel, indien het een werknemer betreft, de werkgever of werkgevers bij wie hij op het grondgebied van elke Lid-Staat werkzaam is geweest, zulks onder overlegging van de bewijzen van verrichte arbeid waarover hij mocht beschikken;

d) indien de aanvrager, overeenkomstig artikel 44, lid 2, van de verordening, wenst dat de vaststelling van de ouderdomsuitkeringen die krachtens de wettelijke regeling van één of meer Lid-Staten zouden zijn verkregen, wordt uitgesteld, dient hij nader aan te geven krachtens welke wettelijke regeling hij uitkeringen aanvraagt.

Uitspraken die dit artikel aanhalen