Art. 40 Verordening (EEG) nr. 1408/71, Algemene bepalingen

Verordening (EEG) nr. 1408/71

1. De werknemer, die achtereenvolgens of afwisselend onderworpen is geweest aan de wettelijke regelingen van twee of meer Lid-Staten, waarvan er ten minste één niet tot het in artikel 37, lid 1, bedoelde type behoort, heeft recht op uitkeringen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 3, welke van overeenkomstige toepassing zijn, met inachtneming van lid 3.

2. De betrokkene echter die door arbeidsongeschiktheid met daaropvolgende invaliditeit wordt getroffen, terwijl op hem een in bijlage III vermelde wettelijke regeling van toepassing is, heeft recht op uitkeringen overeenkomstig artikel 37, lid 1, mits aan de beide volgende voorwaarden is voldaan:

- hij moet voldoen aan de door deze wettelijke regeling of andere wettelijke regelingen van hetzelfde type gestelde voorwaarden, eventueel met inachtneming van artikel 38, zonder dat echter een beroep moet worden gedaan op tijdvakken van verzekering welke onder niet in bijlage III vermelde wettelijke regelingen zijn vervuld;

- hij mag niet voldoen aan de voorwaarden welke door een niet in bijlage III vermelde wettelijke regeling voor het recht op uitkeringen zijn gesteld.

3. De door het orgaan van een Lid-Staat genomen beslissing omtrent de toestand van invaliditeit van de aanvrager is bindend voor het orgaan van iedere andere betrokken Lid-Staat, mits in bijlage IV is vermeld dat de voorwaarden van de wettelijke regelingen van deze Lid-Staten met betrekking tot de toestand van invaliditeit met elkaar overeenstemmen.

Afdeling 3

Toeneming van de invaliditeit