Art. 2 Verordening (EEG) nr. 1612/68
Iedere onderdaan van een Lid-Staat en iedere werkgever die werkzaamheden uitoefent op het grondgebied van een Lid-Staat kunnen overeenkomstig de geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aanvragen om en aanbiedingen van werk uitwisselen en arbeidsovereenkomsten aangaan en ten uitvoer leggen zonder dat daaruit discriminaties kunnen voortvloeien.