Art. 11 Verordening (EEG) nr. 1017/68, Voltooiing van de procedures naar aanleiding van een klacht of ambtshalve
1. Indien de Commissie een inbreuk op artikel 2 of op artikel 8 vaststelt , kan zij de betrokken ondernemingen en ondernemersverenigingen bij beschikking verplichten aan de vastgestelde inbreuk een einde te maken .
Onverminderd de overige bepalingen van deze verordening kan de Commissie , alvorens een beschikking te nemen als bedoeld in de voorgaande alinea , aan de betrokken ondernemingen en ondernemersverenigingen aanbevelingen doen om aan de inbreuk een einde te maken .
2. Lid 1 is eveneens van toepassing in het geval , bedoeld in artikel 4 , lid 2 .
3. Indien de Commissie op grond van de haar bekende gegevens concludeert dat er geen aanleiding bestaat krachtens artikel 2 , artikel 4 , lid 2 , of artikel 8 , op te treden tegen een overeenkomst , een besluit of een gedraging geeft zij , indien de procedure is ingeleid naar aanleiding van een klacht , een beschikking waarbij de klacht als ongegrond wordt afgewezen .
4. Indien de Commissie op grond van een naar aanleiding van een klacht of amtshalve ingeleide procedure concludeert dat een overeenkomst , een besluit of een onderling afgestemde feitelijke gedraging voldoet aan de voorwaarden van artikel 2 en van artikel 5 , geeft zij een beschikking tot toepassing van artikel 5 . In deze beschikking is de datum vermeld , met ingang waarvan zij in werking treedt . Dit kan een vroegere datum zijn dan die van de beschikking .