Art. 5 Richtlijn 64/432/EEG
Wanneer de in artikel 3 , lid 3 sub a ) , en lid 6 sub a ) , bedoelde entstoffen niet in een Lid-Staat worden bereid , moeten zij in een andere Lid-Staat worden aangekocht , tenzij nieuwe wetenschappelijke gegevens of het ontbreken van tot dusverre als geschikt erkende entstoffen de aankoop hiervan buiten de Europese Economische Gemeenschap noodzakelijk maken . Wanneer andere typen van het mond - en klauwzeervirus dan de typen A , O en C of andere varianten van genoemde typen zouden optreden waartegen de tot dusverre gebruikte entstoffen geen of slechts onvoldoende bescherming bieden , kan iedere Lid-Staat onverwijld de nodige maatregelen treffen ter aanpassing van de formules van de entstoffen en het gebruik hiervan . Terzelfder tijd stelt de betrokken Lid-Staat de andere Lid-Staten en de Commissie hiervan in kennis . De Commissie kan de nodige maatregelen treffen ten einde besprekingen over de getroffen of , eventueel te treffen , maatregelen te openen .