ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1743

Bij besluit van 7 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Appellant is geboren op [geboortedatum] 2003 en heeft de Turkse nationaliteit. Zij heeft vóór de mislukte couppoging van 15 juli 2016, waarvoor de Turkse autoriteiten de Gülenbeweging verantwoordelijk houden, in Turkije onderwijs gevolgd aan verschillende aan die beweging verbonden scholen. Ook heeft zij religieuze bijeenkomsten van de Gülenbeweging, genaamd ‘sohbets’, bijgewoond. In 2021 is appellant met een studievisum van Turkije naar Peru gereisd, waar zij ruim een jaar en vier maanden heeft verbleven en vrijwilligerswerk in naam van de Gülenbeweging heeft verricht. Volgens appellant hebben de Turkse autoriteiten daar foto’s van haar genomen en hebben zij vervolgens in Turkije een foto van haar getoond aan de moeder van een vriendin. In 2022 is appellant naar Nederland vertrokken, waar zij inmiddels als vrijwilliger actief is voor de aan de Gülenbeweging verbonden stichting Animo. Verder is de vader van appellant in augustus 2016 in Turkije veroordeeld wegens betrokkenheid bij de Gülenbeweging en in maart 2023 voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Appellant heeft over hem verklaard dat hij vóór de mislukte coup algemeen directeur was van een aantal aan de Gülenbeweging verbonden internaten en dat hij binnen die beweging de functie van ‘abi’, oftewel studentenleider, bekleedde.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken