Rb. Den Haag 9 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:30035
Asiel Turkije, eiser en eiseres zijn echtgenoten van elkaar en betrokken bij de Gülenbeweging. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten. De rechtbank is van oordeel dat wat eiser is overkomen, gekwalificeerd moet worden als ‘rechtstreeks bedreigd met zulke vervolging’ als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatieverordening. De minister is daarmee uitgegaan van een verkeerde bewijslast. Ook heeft de minister bij de beoordeling van de politieke overtuiging van eisers een onjuiste toetsingsmaatstaf heeft gehanteerd, door een zekere mate van terughoudendheid te verwachten. De rechtbank is in het licht van het arrest Quotal van oordeel dat in het geval van eisers een redelijke mate van waarschijnlijkheid bestaat dat zij bij terugkeer naar Turkije strafrechtelijk vervolgd zullen worden inzake Gülenisme. Beroepen gegrond. De rechtbank verwijst de zaken daarom terug naar de minister en draagt de minister op om de gevraagde internationale bescherming te verlenen
De uitspraak op rechtspraak.nl