ABRvS 11 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5036
Bij besluit van 27 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd en de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken. De staatssecretaris heeft de vreemdeling ook opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling heeft de Rwandese nationaliteit en verblijft sinds 21 januari 1999 in Nederland. De minister heeft hem bij besluit van 19 oktober 2001 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend. Daarna is deze vergunning omgezet in een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Op 11 september 2006 heeft de vreemdeling het Nederlanderschap verkregen. De unit 1F van de Immigratie- en Naturalisatiedienst heeft naar aanleiding van publicaties in de Rwandese krant ‘The New Times’ en het Nederlandse dagblad ‘De Pers’ een onderzoek ingesteld naar de mogelijke betrokkenheid van de vreemdeling bij de genocide in Rwanda in 1994. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hierin aanleiding gezien om het Nederlanderschap van de vreemdeling bij besluit van 22 januari 2014 in te trekken.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 11 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5035
- Rb. Amsterdam 17 november 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:7390
- ABRvS 11 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1267
- ABRvS 11 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1360
- ABRvS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:115
- Rb. Oost-Brabant 14 februari 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:838
- ABRvS 29 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2171