ABRvS 20 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1141

Bij twee te onderscheiden besluiten van 15 augustus 2017 en bij besluit van 11 juli 2019 heeft de minister voor Rechtsbescherming drie aanvragen van [appellant] voor een Verklaring Omtrent het Gedrag afgewezen. [appellant] heeft op 12 maart 2017 een VOG aangevraagd voor de functie van vakdocent op een basisschool, op 4 mei 2017 voor de functie van medewerker van een kinderopvang en op 16 maart 2019 voor de functie van vrijwilliger bij een sportclub. In het Justitieel Documentatiesysteem (hierna: JDS) zijn justitiële gegevens over [appellant] met betrekking tot zedendelicten bekend. In het JDS is over [appellant] opgenomen dat hij onherroepelijk is vrijgesproken van het ten laste gelegde vier keer plegen van ontucht met een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet van zestien jaren heeft bereikt en van het ten laste gelegde twee keer vervaardigen en bezit van kinderporno. Daarnaast is een zaak waarin [appellant] verdacht werd van ontucht met een minderjarige met een leeftijd beneden de twaalf jaren (artikel 244 van het Wetboek van Strafrecht) afgedaan met een technisch sepot wegens onvoldoende bewijs.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken