ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5242

Bij besluit van 11 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad de aanvraag om een huisvestingsvergunning van [appellant] afgewezen nadat de burgemeester van Zaanstad een negatieve woonverklaring heeft afgegeven. [appellant] heeft een aanvraag gedaan om een huisvestingsvergunning voor het adres [locatie] in Zaandam. Op het adres in de wijk Poelenburg is de Wbmgp van toepassing verklaard (artikel 2.3.11 van de Huisvestingsverordening). Daarom is voor het in gebruik nemen van de woning een huisvestingsvergunning vereist, waarvoor de burgemeester een woonverklaring moet afgeven. In dit kader wordt onderzoek gedaan naar het recente woongedrag van potentiële huurders en eventuele leden van hun huishouden. De burgemeester heeft op 11 augustus 2021 een negatieve woonverklaring voor [appellant] afgegeven. Uit het onderzoek op basis van politiegegevens heeft de burgemeester geconcludeerd dat er een gegrond vermoeden is dat het huisvesten van [appellant] zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in de omgeving van het adres.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken