ABRvS 22 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1753

Bij besluit van 2 oktober 2018 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het verzoek van [appellante] om verlenging van de inburgeringstermijn afgewezen. De minister heeft [appellante] bij brief van 21 november 2014 meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is en dat haar inburgeringstermijn op 15 september 2014 is gestart. Uit deze brief, in samenhang bezien met een kennisgeving van 1 mei 2015, volgt dat zij vóór 9 november 2017 aan deze plicht moest hebben voldaan. De minister heeft de inburgeringstermijn vervolgens ambtshalve verlengd tot 1 maart 2018. Bij medisch advies van 7 mei 2018 heeft K. Bok, arts van Argonaut, negatief geadviseerd over het verzoek van [appellante] om ontheffing van het inburgeringsexamen. [appellante] heeft de minister daarna verzocht om verdere verlenging van haar inburgeringstermijn wegens haar medische situatie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen