ABRvS 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:566
Bij besluit van 28 november 2018 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 1.250,00 wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering. [appellante] heeft niet tijdig, dat wil zeggen voor 19 november 2017, aan haar inburgeringsplicht voldaan en heeft daarmee artikel 7, eerste lid, van de Wi niet nageleefd. De minister heeft haar daarom bij brief van 20 november 2017 een vooraankondiging toegestuurd met daarin het voornemen een boete van € 1.250,00 op te leggen, waarna hij deze boete bij besluit van 28 november 2018 heeft opgelegd. De minister heeft bij Argonaut medisch advies gevraagd. Argonaut heeft op 18 oktober 2017, 15 juli 2019, 1 september 2019 en 30 januari 2020 een medisch advies gegeven. In het advies van 18 oktober 2017 staat dat er geen medische reden is waardoor [appellante] gedurende een periode van ten minste drie aaneengesloten maanden geen onderwijs heeft kunnen volgen.
De uitspraak op rechtspraak.nl