ABRvS 25 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:286
Bij ongedateerd besluit heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem een aanvraag van [appellante] voor een contingent-urgentieverklaring afgewezen. [appellante] verblijft met haar twee kinderen in een maatschappelijke opvang in Hoofddorp. Dit is een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Zij heeft een contingent-urgentieverklaring aangevraagd. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat zij voorafgaand aan haar verblijf in de maatschappelijke opvang niet ten minste twee van de drie jaren in Haarlem heeft gewoond. Dit is een voorwaarde die staat in artikel 9, vierde lid, aanhef en onder d, van de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Haarlem 2017, versie 1 mei 2019. Voordat [appellante] naar Haarlem kwam, woonde zij in België. Dat [appellante] in Haarlem heeft gewoond voorafgaand aan haar verblijf in België, haar familie in Haarlem woont, zij de zorg draagt voor haar moeder en een van haar kinderen in Haarlem naar school gaat, is volgens het college onvoldoende om de hardheidsclausule toe te passen.
De uitspraak op rechtspraak.nl