ABRvS 3 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:448
Bij besluit van 17 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. In 2005 is [appellante] haar sociale huurwoning kwijtgeraakt. Daarna heeft zij op kamers gewoond. Als gevolg van een ziekenhuisopname in 2012 is zij anderhalf jaar niet in staat geweest om te werken. Na haar herstel is zij door de economische crisis in Nederland, na een periode in de Ziektewet en enige tijd een werkeloosheidsuitkering te hebben gekregen, in de bijstand beland. Zij is in 2015 haar kamer kwijtgeraakt en sindsdien dakloos. [appellante] verblijft vanaf dat moment in opvanginstellingen en trekt sinds augustus 2016 door het hele land. Zij is ingeschreven in WoningNet per 19 juli 2008.
De uitspraak op rechtspraak.nl