ABRvS 17 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:328
Bij besluit van 7 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. Van 2014 tot 2017 heeft [appellant] begeleid gewoond op basis van een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg. In december 2017 is hij naar Colombia geëmigreerd om bij zijn moeder te gaan wonen. In maart 2018 is hij weer teruggekomen naar Nederland. [appellant] verbleef bij een kennis en vroeg een urgentieverklaring aan omdat die kennis hem niet langer onderdak kon bieden. Ter zitting bij de rechtbank is gebleken dat [appellant] inmiddels weer begeleid woont. Hij heeft een minderjarige zoon uit een eerdere relatie. Die zoon woont bij de moeder. [appellant] is nu getrouwd met een vrouw uit Chili, die een dochter heeft. Hij wilt zijn vrouw en haar dochter naar Nederland halen. Volgens het college kan het woonprobleem van [appellant] niet of in onvoldoende mate worden opgelost door een urgentieverklaring.
De uitspraak op rechtspraak.nl