ABRvS 3 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1725

Bij besluit van 21 november 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de voorschotten zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag voor [appellante] over het jaar 2019 opnieuw berekend en vastgesteld op respectievelijk nihil, nihil en € 7.944,00. Met ingang van 12 juni 1996 staan [appellante] en haar moeder in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres [locatie] in Hoofddorp. Omdat op 26 oktober 2018 de dochter van [appellante] is geboren en met ingang van haar geboortedatum ook in de brp is ingeschreven op hetzelfde adres, heeft de Belastingdienst/Toeslagen de moeder over de jaren 2018, 2019 en 2020 aangemerkt als toeslagpartner van [appellante]. Daaraan heeft de Belastingdienst/Toeslagen ten grondslag gelegd dat [appellante] niet valt onder de uitzondering die is opgenomen in artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met de tekst van vóór 1 januari 2021, omdat toen de besluiten werden genomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken