ABRvS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1959
Bij besluit van 23 september 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen [appellante] laten weten dat uit de door haar overgelegde stukken onvoldoende is gebleken dat [persoon] haar onderhuurder is, zodat zijn inkomen blijft meetellen bij de berekening van haar recht op huurtoeslag en dit recht over 2019 niet wordt aangepast. [appellante] huurt een woonruimte aan de [locatie] te [plaats]. Sinds 17 augustus 2017 staat ook [persoon] op dit adres ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Bij de berekening van het recht op huurtoeslag van [appellante] over 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen [persoon] als haar medebewoner aangemerkt. Volgens [appellante] is dit onjuist en is [persoon] haar onderhuurder. Ter staving van dit standpunt heeft zij op 5 september 2019 een afschrift van de huurovereenkomst tussen haar en [persoon] overgelegd, evenals twee betaalbewijzen waaruit betaling door [persoon] blijkt. De huurovereenkomst is op 30 augustus 2019 door beiden ondertekend.
De uitspraak op rechtspraak.nl