ABRvS 7 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3587

Bij besluit van 12 oktober 2020 heeft het CBR [appellante] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd en de geldigheid van haar rijbewijs geschorst. [appellante] heeft op 21 april 2020, 22 mei 2020, 2 en 6 juli 2020 contact gehad met de politie. De betrokken politieambtenaren hebben hun bevindingen vastgelegd in zogeheten mutatierapporten. Op 26 augustus 2020 heeft een verkeersspecialist van de politie-eenheid Midden-Nederland op basis van deze mutatierapporten namens de korpschef aan het CBR een mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: de WVW) van het vermoeden dat [appellante] niet of niet langer beschikt over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van een motorrijtuig. Naar aanleiding van die mededeling heeft het CBR [appellante] bij besluit van 12 oktober 2020 een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd. Verder heeft het CBR de geldigheid van het rijbewijs van [appellante] geschorst tot het moment waarop naar aanleiding van het onderzoek naar de rijgeschiktheid een besluit is genomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken