Art. 131 RR, Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid
Tot het doen van de schriftelijke mededeling, bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de wet zijn bevoegd:
a. de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, en de door hem voor dit doel aangewezen plaatsvervangers;
b. de commandant, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Politiewet 2012, en de door hem voor dit doel aangewezen plaatsvervangers;
c. de betrokken officier van justitie;
d. de directeur van het CBR.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 7 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3587
- ABRvS 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2434
- ABRvS 21 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV9510
- Hof 's-Hertogenbosch 28 augustus 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BX7358
- ABRvS 17 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2242
- ABRvS 12 maart 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC6411
- Rb. Midden-Nederland 19 juli 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3421