ABRvS 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:415
Bij besluit van 6 september 2019 heeft het CBR [wederpartij] verplicht mee te werken aan een onderzoek naar zijn geschiktheid om motorrijtuigen te besturen en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. Op 5 augustus 2019 is [wederpartij] aangehouden door de politie op verdenking van rijden onder invloed. Bij [wederpartij] is een bloedonderzoek afgenomen, waaruit is gebleken dat hij amfetamine in zijn bloed had met een waarde van 1000 microgram per liter bloed. Daarop heeft de politie Eenheid Noord-Nederland op grond van artikel 130, eerste lid, van de Wvw 1994 aan het CBR meegedeeld dat het vermoeden bestaat dat [wederpartij] niet langer beschikt over de rijvaardigheid, dan wel over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid vereist voor het besturen van de categorieën motorrijtuigen waarvoor dat rijbewijs is afgegeven. In geschil is of het CBR aan [wederpartij] een onderzoek naar de geschiktheid mocht opleggen en de geldigheid van zijn rijbewijs mocht schorsen.
De uitspraak op rechtspraak.nl