ABRvS 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1462

Bij besluit van 6 maart 2019 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] een medisch onderzoek opgelegd en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. Bij besluit van 2 oktober 2019 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard. De Politie Eenheid Den Haag heeft aan het CBR een mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Deze mededeling houdt in dat het vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel geschiktheid om een motorrijtuig van de categorieën AM en B te besturen. Dat zijn de categorieën waarvoor het rijbewijs van [appellant] is afgegeven. Aan deze mededeling ligt een mutatierapport van 15 januari 2019 ten grondslag. In dit mutatierapport staat vermeld dat [appellant] zich op 15 januari 2019 bij een controle door de politie vanwege zijn rijgedrag opgefokt heeft gedragen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken