ABRvS 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3581
Bij besluit van 12 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Deze uitspraak gaat over de vraag hoe de staatssecretaris gebruik moet maken van zijn bevoegdheid om een terugkeerbesluit te nemen en een inreisverbod uit te vaardigen tegen een vreemdeling die een verblijfsrecht in een andere EU-lidstaat heeft. De vreemdeling heeft de Nigeriaanse nationaliteit en geen verblijfsrecht in Nederland. In Luxemburg heeft hij een verblijfsrecht als familielid van een Unieburger. De vreemdeling is door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 17 oktober 2019 veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor het bezit van harddrugs, het treffen van voorbereidingshandelingen voor de handel daarin en witwassen. Die feiten zijn gepleegd in de periode van 13 september 2018 tot en met 8 november 2018.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3580
- ABRvS 25 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:598
- ABRvS 9 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2308
- ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:361
- ABRvS 26 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:272
- ABRvS 30 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:4077
- ABRvS 24 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4348
- EHRM 18 oktober 2006, ECLI:CE:ECHR:2006:1018JUD004641099
- EHRM 2 augustus 2001, ECLI:CE:ECHR:2001:0802JUD005427300
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1982:335
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:590
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:963
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:8
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:105
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:799
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:9