Rb. Den Haag 30 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:4844

Verzoeker heeft de Marokkaanse nationaliteit, maar verblijft al vanaf zijn geboorte rechtmatig in Nederland en is in juli 2001 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Verzoekers verblijfsvergunning is ingetrokken vanwege ernstige strafbare feiten die hij -onder meer- in België heeft gepleegd. Voor deze strafbare feiten is verzoeker in België voor een gevangenisstraf van tien jaar veroordeeld. Na zijn vervroegde invrijheidsstelling heeft België verzoeker op in juli 2021 uitgezet naar Marokko en aan hem een inreisverbod opgelegd. Verweerder heeft, na een uitspraak van de Afdeling, op 21 december 2022 de intrekking van de verblijfsvergunning ongedaan gemaakt. Verzoeker heeft op 29 december 2022 een aanvraag gedaan voor een faciliterend visum om in Nederland zijn verblijfsdocument op te halen. Deze aanvraag is door verweerder afgewezen. Verzoeker vraagt de voorzieningenrechter om te bepalen dat verweerder hem een visum verstrekt om Nederland in te reizen. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek toe. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat het verzoek onverwijlde spoed heeft omdat verzoeker een verblijfsrecht heeft in Nederland, daar tussen juli 2021 en december 2022 geen gebruik van heeft kunnen maken en daar gebruik van wil maken voordat verweerder opnieuw tot intrekking zal proberen over te gaan. Verder kleven er gebreken aan het besluit waarin staat dat de aanvraag wordt afgewezen. De afwijzingsgronden heeft verweerder deels ten onrechte toegepast. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat verweerder de aanvraag niet heeft mogen afwijzen op de grond dat verzoeker door België in het SIS staat gesignaleerd met het oog op weigering van toegang. Daarbij volgt de voorzieningenrechter ook het standpunt van verzoeker dat verweerder in overleg had moeten treden met België om de SIS-signalering en het inreisverbod te laten opheffen. Ten slotte valt de belangenafweging in het voordeel van verzoeker uit. Het belang van verzoeker om in Nederland te kunnen blijven, weegt zwaarder dan het belang van verweerder om de openbare orde te beschermen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken