ABRvS 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3580
Bij besluit van 15 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling heeft de Albanese nationaliteit en geen verblijfsrecht in Nederland. In Italië heeft hij een verblijfsrecht voor onbepaalde tijd. De vreemdeling is op 21 maart 2019 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf voor het bezit van harddrugs en het treffen van voorbereidingshandelingen voor de handel daarin. De staatssecretaris heeft een terugkeerbesluit genomen en een inreisverbod voor de duur van tien jaar uitgevaardigd, omdat de vreemdeling een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde vormt en Nederland en de EU onmiddellijk moet verlaten. Op 15 oktober 2020 heeft de staatssecretaris een overlegprocedure met Italië opgestart en op 26 november 2020 is de vreemdeling naar Albanië vertrokken. De Italiaanse autoriteiten hebben tot op heden niet in de overlegprocedure gereageerd en inmiddels verblijft de vreemdeling weer in Italië.
De uitspraak op rechtspraak.nl