ABRvS 24 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4348

Uit de bewoordingen van art. 6, lid 3, kan worden afgeleid dat is beoogd deze voor de inwerkingtreding van de Terugkeerrichtlijn bestaande praktijk te handhaven. Gelet hierop brengt een redelijke uitleg van art. 6, lid 3, met zich dat onder de in die bepaling genoemde bilaterale overeenkomsten of regelingen ook de overeenkomsten tussen de Beneluxstaten onderling of tussen de Beneluxstaten en andere lidstaten moeten worden begrepen. (…) een redelijke uitleg van art. 6, lid 3, [brengt] met zich dat de lidstaat waarin de illegale derdelander is aangetroffen geen terugkeerbesluit hoeft te nemen zolang het voornemen bestaat de derdelander over te dragen aan een andere lidstaat en daartoe concrete aanknopingspunten bestaan. (…) art. 15 van de Terugkeerrichtlijn [is] niet van toepassing op de aan de vreemdeling opgelegde maatregel van bewaring. Art. 15 betreft slechts de bewaring van een vreemdeling jegens wie een terugkeerprocedure loopt. In dit geval loopt jegens de vreemdeling nog geen terugkeerprocedure, omdat niet Nederland, maar België verantwoordelijk wordt gehouden voor de terugkeer van de vreemdeling. Dit laat echter onverlet dat art. 59, lid 1, onder a, Vw 2000 naar nationaal recht een grondslag biedt voor het in bewaring stellen van een vreemdeling met het oog op diens overdracht aan een andere lidstaat, in dit geval België.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen