ABRvS 16 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3309
Bij besluit van 10 juli 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen definitief vastgesteld dat [wederpartij] voor het jaar 2019 geen aanspraak heeft op huurtoeslag en een bedrag van € 3.618,00 aan al uitbetaalde voorschotten van [wederpartij] teruggevorderd. Bij besluit van 27 december 2018 heeft de dienst aan [wederpartij] een voorschot huurtoeslag voor het jaar 2019 toegekend van € 3.618,00. Het voorschot is gebaseerd op een geschat toetsingsinkomen van € 0,00. Bij besluit van 10 juli 2020 heeft de dienst het recht op huurtoeslag voor het jaar 2019 definitief vastgesteld op € 0,00 en een bedrag van € 3.618,00 aan teveel uitbetaalde voorschotten teruggevorderd. De dienst is hierbij uitgegaan van een toetsingsinkomen van € 23.873,00. Bij besluit van 9 november 2020 heeft de dienst het daartegen gemaakte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl