ABRvS 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1740
Bij besluit van 6 september 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over het jaar 2018 definitief vastgesteld op € 3.058,00 en € 388,00 aan teveel betaalde voorschotten teruggevorderd. [appellant] heeft over het jaar 2018 voorschotten huurtoeslag ontvangen. Bij de definitieve berekening is het recht op huurtoeslag van [appellant] over 2018 op een lager bedrag vastgesteld dan de ontvangen voorschotten. De Belastingdienst/Toeslagen heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [persoon] over de maanden augustus tot en met december 2018 als toeslagpartner van [appellant] moet worden aangemerkt, omdat zij vanaf 13 juli 2018 op hetzelfde adres als [appellant] stond ingeschreven in de basisregistratie personen. Gelet hierop wordt in de periode van augustus tot en met december 2018 het jaarinkomen van [persoon] meegeteld voor de vaststelling van de hoogte van de huurtoeslag, hetgeen voor [appellant] leidt tot een lagere aanspraak op huurtoeslag over 2018.
De uitspraak op rechtspraak.nl