ABRvS 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1530
Bij besluit van 23 maart 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, geweigerd hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en hem opgedragen om Nederland binnen vier weken na afloop van het voorlopig verleende uitstel van vertrek te verlaten. De vreemdeling komt uit Guinee. Op 30 juni 2017, toen hij vijftien jaar en vier maanden oud was, heeft hij als alleenstaande minderjarige in Nederland een asielaanvraag ingediend. Deze uitspraak gaat over de vraag of de staatssecretaris het leeftijdsvereiste in het bijzondere buitenschuldbeleid terecht aan de vreemdeling heeft tegengeworpen en zo nee, of de staatssecretaris ook de andere vereisten van dat beleid had moeten beoordelen en hij, nu hij dat niet heeft gedaan, aan de vreemdeling alsnog een verblijfsrecht moet verlenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1531
- ABRvS 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1532
- Rb. Den Haag 11 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:12566
- ABRvS 10 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2042
- ABRvS 2 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1155
- ABRvS 17 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3027
- ABRvS 5 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX6837
- ABRvS 3 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3403
- ABRvS 16 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP8385
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:260
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:248
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:465
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:544
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:626
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:432
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:9