ABRvS 19 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:132
Bij besluit van 7 augustus 2018 heeft de burgemeester van Eindhoven een aan [appellant] verleende drank- en horecavergunning en aanwezigheidsvergunning ingetrokken. Op 10 april 2012 heeft de burgemeester een drank- en horecavergunning verleend aan [appellant] voor [café]. Ook heeft [appellant] op 3 oktober 2016 een aanwezigheidsvergunning van de burgemeester gekregen voor de aanwezigheid van kansspelautomaten in het café. De burgemeester heeft op 25 mei 2018 van de politie een bestuurlijke rapportage ontvangen. Daarin staat vermeld dat [appellant] € 676.101,- aan onverklaarbaar vermogen had. Bij vonnis van 1 mei 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:2088, is hij door de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld voor gewoontewitwassen en het medeplegen daarvan tot een gevangenisstraf van negen maanden. Ook is een bedrag van in totaal € 678.705,02 verbeurdverklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 24 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:392
- ABRvS 10 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1099
- ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2456
- Rb. Oost-Brabant 1 mei 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:2088
- ABRvS 20 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2551
- ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188
- ABRvS 29 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5952