ABRvS 20 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2346
Op 2 februari 2021 heeft [appellant] bij de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vier verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur ingediend. [appellant] is als onderzoeksjournalist verbonden aan The Investigative Desk. In het kader van zijn werk heeft hij bij de minister op 2 februari 2021 met betrekking tot de coronapandemie vier verzoeken op grond van de Wob ingediend. De verzoeken van [appellant] hebben volgens de minister betrekking op ongeveer 310.000 documenten. [appellant] heeft beroep ingesteld wegens het uitblijven van een besluit op zijn Wob-verzoeken. Hij betoogt dat de minister zijn verzoeken direct onder een aangepast werkproces heeft geschaard terwijl hij daar niet mee heeft ingestemd. Vast staat en ook niet in geschil is dat de minister ten tijde van de procedure bij de rechtbank geen besluiten had genomen op de verzoeken van [appellant]. De Afdeling moet beoordelen of de gefaseerde werkwijze van de minister in overeenstemming is met de Wob.
De uitspraak op rechtspraak.nl