ABRvS 23 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3209
[partij sub 1] heeft de Belastingdienst/Toeslagen (hierna ook: de dienst) verzocht om een integrale beoordeling van haar recht op compensatie voor gemaakte fouten bij de beoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag in de jaren 2007-2011. [appellant sub 1] heeft bezwaar gemaakt tegen twee besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen van 7 juli 2022 waarbij haar een compensatie van € 36.825,00 is toegekend voor gemaakte fouten bij de beoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag in de jaren 2007-2009. [partij sub 1] en [appellant sub 1] hebben zich bij de Belastingdienst/Toeslagen gemeld als ouders van wie ten onrechte de kinderopvangtoeslag is stopgezet en teruggevorderd (ook bekend als de kinderopvangtoeslagaffaire). In de Wet hersteloperatie toeslagen zijn verschillende financiële compensatieregelingen neergelegd voor gedupeerde ouders. Deze zaken gaan over beroepen gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit (op bezwaar) door de Belastingdienst/Toeslagen. Meer in het bijzonder gaat het in deze zaken over de vraag binnen welke termijn de dienst een besluit moet nemen nadat een dergelijk beroep gegrond is verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl