Rb. Rotterdam 30 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9226
Beroepen ‘niet tijdig beslissen’ (ntb) UWV-zaken. De rechtbank stelt in deze uitspraak de nadere beslistermijn en hoogte van de dwangsom vast die zij als uitgangspunt zal hanteren bij beroepen ntb in zaken waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is. De rechtbank maakt daarbij een onderscheid tussen beroepen die zijn ingediend door werknemers en beroepen die zijn ingediend door werkgevers. Bij een gegrond beroep ntb dient het UWV een besluit bekend te maken binnen 30 weken voor werknemersberoepen en binnen 40 weken voor werkgeversberoepen, gerekend vanaf de datum waarop de rechtbank het beroep ntb heeft ontvangen. Deze beslistermijn voldoet aan het criterium dat de beslistermijn niet onnodig lang en niet onrealistisch kort is. De hoogte van de nadere dwangsom bepaalt zij daarbij overeenkomstig het landelijk beleid van de rechtbanken op € 100,- per dag, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank zal dit uitgangspunt pas toepassen bij beroepen ntb die ná deze uitspraak zijn ingesteld. Voor de al aanhangige beroepen ntb hanteert de rechtbank als uitgangspunt dat het UWV in die zaken een besluit bekend moet maken binnen acht weken voor werknemersberoepen en binnen 18 weken voor werkgeversberoepen, gerekend vanaf de dag na het verzenden van de uitspraak in die zaken. De hoogte van de dwangsom wordt daarbij bepaald op € 100,- per dag, met een maximum van € 15.000,-. In deze zaak is het laatst vermelde uitgangspunt van toepassing.
De uitspraak op rechtspraak.nl