ABRvS 6 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1017
Bij besluit van 24 september 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 250,00 wegens het niet naleven van artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering en bepaald dat zij de lening voor het volgen van een inburgeringscursus moet terugbetalen. Bij besluit van 18 oktober 2019 heeft de minister bepaald dat [appellante] op 1 april 2020 moet beginnen met het terugbetalen van de lening voor het volgen van een inburgeringscursus. De schuld bedraagt € 9.785,09 en zij moet maandelijks € 81,54 betalen. Bij brief van 6 februari 2015 heeft de minister [appellante] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is en dat haar inburgeringstermijn op 1 januari 2015 is gestart. Bij brief van 30 juli 2019 heeft de minister [appellante] meegedeeld dat zij tot en met 28 juli 2019 de tijd had om aan deze plicht te voldoen, dat zij daarin niet is geslaagd en dat zij daarom een boete krijgt die voorlopig op € 250,00 wordt vastgesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl