ABRvS 15 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4180

Bij besluiten van 30 januari 2023 en 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De staatssecretaris heeft de vreemdeling in bewaring gesteld krachtens artikel 59b, eerste lid, van de Vw 2000. Op 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris de op 30 januari 2023 opgelegde maatregel van bewaring opgeheven en de vreemdeling diezelfde dag krachtens artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vw 2000 in bewaring gesteld. Deze zaak gaat over de vraag of de staatssecretaris bij het in bewaring stellen van de vreemdeling heeft voldaan aan zijn informatieplicht uit artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000. De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris niet heeft voldaan aan de eisen genoemd in artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000. Volgens de rechtbank blijkt uit niets dat de vreemdeling bij de uitreiking van de maatregel, in een taal die hij verstaat, op de hoogte is gebracht van de redenen van de bewaring en aan hem is uitgelegd dat hij tegen de maatregel van bewaring beroep kan instellen en recht heeft op gratis rechtsbijstand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken