ABRvS 29 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR0158
Indien in gevallen als hier aan de orde een lichter middel dan vrijheidsontneming wordt opgelegd, zoals bijvoorbeeld de door de rechtbank genoemde meldplicht, heeft dat tot gevolg dat feitelijk toegang tot Nederland wordt verkregen. De minister kan dan ook worden gevolgd in zijn standpunt dat, hoewel volgens hem in zeer bijzondere gevallen aanleiding zou kunnen bestaan voor een uitzondering, in beginsel steeds aangenomen moet worden dat het grensbewakingsbelang niet kan worden veiliggesteld door de oplegging van een lichter middel. Zijn beleid terzake is derhalve niet kennelijk onredelijk te achten. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de minister dit beleid in dit geval niet in redelijkheid heeft mogen toepassen, is niet gebleken. Dat de vreemdeling een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend, is niet als een zodanige omstandigheid aan te merken, nu die omstandigheid reeds in het voormelde beleid is verdisconteerd en bovendien op zichzelf niet op voorhand tot het oordeel behoeft te leiden dat de minister niet langer vast kan houden aan het grensbewakingsbelang.
De uitspraak op rechtspraak.nl