Rb. 's-Gravenhage 9 januari 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BV0715

De Afdeling is aldus in de uitspraak van 4 oktober 2011 kennelijk teruggekomen van het oordeel in de uitspraak van 29 juni 2011 dat de Opvangrichtlijn niet van toepassing is op asielzoekers, aan wie de toegang geweigerd is, zoals eiser. De rechtbank sluit zich daar bij aan. (…) Verweerders stelling dat artikel 7, derde lid, van de Opvangrichtlijn grondslag biedt voor de vrijheidsontneming van eiser, omdat het grensbewakingsbelang als een belang van de openbare orde geldt, volgt de rechtbank niet. Nog daargelaten of het grensbewakingsbelang is aan te merken als een belang van openbare orde, volgt uit de tekst en strekking van artikel 7, derde lid, van de Opvangrichtlijn, dat ook indien er redenen van openbare orde zijn, dient te worden beoordeeld of niet met een lichter middel kan worden volstaan. Verweerder beschikt over verschillende mogelijkheden om ook zonder toepassing van een vrijheidsontnemende maatregel het grensbewakingbelang te dienen. Zo kan verweerder besluiten tot het toepassen van een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Vw. Ook laat het bepaalde in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw, verweerder ruimte om af te zien van toepassing van een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel en te volstaan met een meldplicht. Uit het dossier blijkt niet dat verweerder heeft beoordeeld of oplegging van de maatregel noodzakelijk is en met een lichter middel kon worden volstaan. Ter zitting heeft verweerder evenwel toegelicht dat eiser geen identiteitsdocumenten heeft, hij over onvoldoende middelen van bestaan beschikt en hij geen verblijfplaats heeft in Nederland, zodat hij na binnenkomst in Nederland niet meer traceerbaar is. Hiermee is het grensbewakingsbelang gegeven. Door eiser zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht, op grond waarvan verweerder het grensbewakingsbelang niet heeft kunnen laten prevaleren. De rechtbank is van oordeel, gelet op de door verweerder ter zitting gegeven toelichting, dat verweerder in het onderhavige geval de oplegging en voortduring van de maatregel noodzakelijk heeft kunnen achten en niet met een lichter middel hoefde te volstaan. De door eiser aangevoerde omstandigheden, te weten dat eiser geen criminele antecedenten heeft en dat verweerder hem aan een taalanalyse gaat onderwerpen, heeft verweerder niet zwaarder mogen laten wegen dan het veiligstellen van het grensbewakingsbelang.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen