Rb. 's-Gravenhage 29 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5206
6 Vw, asielzoeker, belang grensbewaking, lichter middel. Het enkele gegeven dat eiser een vervalst paspoort heeft gebruikt is, nu eiser bij aankomst op Schiphol heeft aangegeven asiel te willen, onvoldoende onderbouwing waarom in redelijkheid tot oplegging van grensdetentie kon worden overgegaan. Voorts beschikt verweerder over verschillende mogelijkheden om ook zonder toepassing van een vrijheidsontnemende maatregel het grensbewakingbelang te dienen. Zo kan verweerder besluiten tot het toepassen van een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Vw 2000. Ook kan verweerder besluiten af te zien van toepassing van een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel en volstaan met een meldplicht. Met dergelijke maatregelen kan de toegangweigering, en daarmee het grensbewakingbelang, overeind blijven. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de uitspraak van de Afdeling van 28 oktober 2004 (LJN: AR5859). Verweerder heeft niet gekeken of voor het dienen van het grensbewakingbelang met een ander middel dan de onderhavige vrijheidsontneming kon worden volstaan. Verweerder was daartoe, conform zijn beleid als beschreven in A6/1 van de Vc 2000, echter wel toe gehouden. Zulks volgt naar het oordeel van de rechtbank ook uit het bepaalde in artikel 7, derde lid, van de Opvangrichtlijn waarin staat vermeld dat een asielzoeker enkel in bewaring kan worden gesteld indien dat nodig is. De rechtbank brengt daarbij in herinnering dat volgens vaste jurisprudentie van het HvJ lidstaten het doel en de strekking van een richtlijn in hun uitvoeringspraktijk zoveel mogelijk dienen te verwezenlijken (onder meer 11 juli 2002, C-62/00, Marks & Spencer, r.o. 26 en 27, LJN: AV5152). Besluit tot oplegging grensdetentie onvoldoende zorgvuldig voorbereid. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl