Rb. Zeeland-West-Brabant 23 april 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:3314
De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak het beroep van eiser tegen de beslissing op bezwaar van 28 augustus 2025, waarbij het college en de burgemeester het bezwaar van eiser ongegrond verklaard hebben. Daarmee zijn de last onder dwangsom van 12 maart 2025 en het invorderingsbesluit van 21 april 2025 (onder aanvullende motivering) in stand gelaten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 11 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:737
- ABRvS 14 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1074
- ABRvS 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:678
- ABRvS 16 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4148
- ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2067
- ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2071
- ABRvS 4 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:961
- ABRvS 16 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2666