ABRvS 16 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4148

Bij besluit van 4 maart 2021 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] een medisch onderzoek naar zijn rijgeschiktheid opgelegd en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. Het CBR heeft het besluit van 4 maart 2021 genomen op basis van het vermoeden dat [appellant] niet over de vereiste rijgeschiktheid beschikt. Aan dat besluit is een proces-verbaal van de politie van 15 december 2020 ten grondslag gelegd. In dat proces-verbaal is onder meer vermeld dat de politie heeft waargenomen dat [appellant] gevaarlijk rijgedrag heeft vertoond en zich gedurende de staandehouding verward heeft gedragen. Volgens de rechtbank heeft [appellant] onvoldoende aannemelijk gemaakt dat niet van het proces-verbaal kan worden uitgegaan. Verder heeft het CBR zich op het standpunt kunnen stellen dat op grond van zijn gedragingen het vermoeden bestond dat deze het gevolg zijn van onvoldoende geestelijke geschiktheid. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het CBR [appellant] terecht een medisch onderzoek naar zijn rijgeschiktheid opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken