ABRvS 11 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:737

Bij besluit van 13 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 10.000,00. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Den Haag (de woning). De woning verhuurde hij aan een vrouw met haar twee kinderen. Naar aanleiding van een melding van de Politie-eenheid heeft de Haagse Pandbrigade (de HPB) de woning op 20 september 2022 geïnspecteerd. De HPB constateerde dat de woning niet werd bewoond door de huurster en haar kinderen, maar onzelfstandig werd bewoond door vijf personen. Het college heeft de boete opgelegd, omdat appellant in strijd met artikel 5:2, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 de woning onzelfstandig heeft verhuurd zonder de daarvoor benodigde vergunning. Als eigenaar kon [appellant] beschikken over de woning. Ook heeft hij de overtreding aanvaard. Gebleken is namelijk dat [appellant] op de hoogte was van de onzelfstandige bewoning.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken