ABRvS 4 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:961

Bij besluit van 18 maart 2019 heeft de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het verzoek om herziening van het in bezwaar gehandhaafde besluit van 12 september 2018, waarbij [appellant] is verplicht mee te werken aan een onderzoek naar zijn alcoholgebruik, afgewezen. Bij besluit van 12 september 2018 heeft het CBR [appellant] verplicht mee te werken aan een onderzoek naar zijn alcoholgebruik. Daaraan heeft het CBR een op ambtseed en ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van de Politie Eenheid Rotterdam van 1 juli 2018 ten grondslag gelegd. Daaruit blijkt dat [appellant] op die datum als bestuurder van een auto is aangehouden voor het rijden onder invloed van alcohol. [appellant] heeft daartegen bezwaar gemaakt. Dat bezwaar heeft het CBR bij besluit van 27 november 2018 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het buiten de bezwaartermijn was ingediend en [appellant] niet had gereageerd op het verzoek van het CBR om aan te geven wat de reden daarvoor was.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken