Rb. Zeeland-West-Brabant 10 april 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:1627
Art. 57 en 58 Wfsv; art. 11 AWR; art. 6 en 6a AOW; art. 1, 11, 12 en 13 Rijnvarendenverdrag; art. 7 Vo 1408/71; art. 16 en 87 Vo 883/2004; Belanghebbende is een Rijnvarende, die in Nederland woont. Niet aannemelijk is dat feitelijk sprake was van een buiten Nederland gevestigde exploitant van het schip. Aan de door Cyprus afgegeven E101-verklaring komt voor belanghebbende als Rijnvarende zowel vóór als ná 1 mei 2010 geen bindende werking toe. Belanghebbende is dan in Nederland verplicht verzekerd en premieplichtig voor de volksverzekeringen. Voor een kostenvergoeding voor de bezwaarfase is geen aanleiding, aangezien geen sprake is van een aan de inspecteur te wijten onrechtmatigheid.
De uitspraak op rechtspraak.nl