Rb. Zeeland-West-Brabant 20 november 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:5786
Belanghebbende woont in België, heeft een eigen woning in België, is bloot eigenaar van een onroerende zaak in België en geniet inkomsten uit dienstbetrekking in Nederland. Belanghebbende is geen kwalificerende buitenlands belastingplichtige. In geschil is of belanghebbende een geslaagd beroep kan doen op het Unierecht met als gevolg dat Nederland rekening dient te houden met belanghebbendes persoonlijke en gezinssituatie (aftrekposten eigen woning). De rechtbank oordeelt dat gekeken moet worden of belanghebbende naar Belgische grondslagen een te gering inkomen heeft. Anders dan de inspecteur, oordeelt de rechtbank dat niet moet worden gekeken naar het inkomen in België vóór aftrek ter voorkoming van dubbele belasting, maar naar het inkomen dat effectief door België kan worden belast. De rechtbank komt tot het oordeel dat Nederland hypotheekrenteaftrek moet verlenen. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl