Art. 138 Richtlijn 2006/112/EG
1. De lidstaten verlenen vrijstelling voor de levering van goederen, door of voor rekening van de verkoper of de afnemer verzonden of vervoerd naar een plaats buiten hun respectieve grondgebied, maar binnen de Gemeenschap, welke wordt verricht voor een andere belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon die als zodanig handelt in een andere lidstaat dan de lidstaat van vertrek van de verzending of het vervoer van de goederen.
2. Behalve voor de in lid 1 bedoelde goederenleveringen verlenen de lidstaten vrijstelling voor de volgende handelingen:
a) de levering van nieuwe vervoermiddelen, door of voor rekening van de verkoper of de afnemer met als bestemming de afnemer verzonden of vervoerd naar een plaats buiten hun respectieve grondgebied maar binnen de Gemeenschap, welke wordt verricht voor belastingplichtigen of voor niet-belastingplichtige rechtspersonen wier intracommunautaire verwervingen van goederen uit hoofde van artikel 3, lid 1, niet aan de BTW zijn onderworpen, of voor elke andere niet-belastingplichtige;
b) de levering van accijnsproducten, door of voor rekening van de verkoper of de afnemer met als bestemming de afnemer verzonden of vervoerd naar een plaats buiten hun respectieve grondgebied maar binnen de Gemeenschap, welke wordt verricht voor belastingplichtigen of voor niet-belastingplichtige rechtspersonen wier intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan accijnsproducten, uit hoofde van artikel 3, lid 1, niet aan de BTW zijn onderworpen wanneer de verzending of het vervoer van deze producten plaatsvindt overeenkomstig artikel 7, leden 4 en 5, of artikel 16 van Richtlijn 92/12/EEG;
c) de goederenlevering bestaande in de overbrenging naar een andere lidstaat, die voor de in lid 1 en de punten a) en b) bedoelde vrijstellingen in aanmerking zou komen indien zij voor een andere belastingplichtige was verricht.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof 's-Hertogenbosch 7 februari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:450
- Rb. Zeeland-West-Brabant 30 september 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:4252
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 november 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:6522
- Rb. Breda 13 april 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5689
- Rb. Breda 17 maart 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BI0264
- Conclusie A-G VAN HILTEN 15 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BM9147
- Conclusie A-G VAN HILTEN 5 juni 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BD3571
- Conclusie A-G van Hilten 26 juni 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BD1510
- Conclusie A-G van Hilten 26 juni 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BD1507
- Conclusie A-G VAN HILTEN 9 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BC9544
- Hof 's-Hertogenbosch 16 januari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:131