Rb. 's-Gravenhage 27 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5841
Eiser, aangesteld als beroepsmilitair voor onbepaalde tijd en sergeant-majoor bij het Korps Mariniers, heeft deelgenomen aan de studiedag para-instructeurs mariniers op het Nationaal Paracentrum Teuge. Tijdens het parachutespringen is eiser een ongeval overkomen. Hij heeft daarbij een breuk in bekken en heupgewricht opgelopen. Verweerder heeft beslist dat dit ongeval niet als een dienstongeval kan worden aangemerkt, maar als een bedrijfsongeval. Rb.: Art. 2 van het Besluit AO/IV maakt onderscheid tussen arbeidsongeschiktheid met dienstverband enerzijds, en invaliditeit met dienstverband anderzijds. Om van invaliditeit met dienstverband te kunnen spreken moet er - voor zover hier van belang - sprake zijn van een invaliditeit van ten minste 10%, die verband houdt met de uitoefening van de militaire dienst in buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden. Daartoe wordt ingevolge art. 2, lid 6, onder a, van het Besluit AO/IV mede gerekend: "het onder oorlogsnabootsende omstandigheden in praktijk brengen van theoretisch onderwezen bekwaamheden teneinde aldus de bedrevenheid in het uitvoeren van oorlogstaken te verwerven, op te voeren of te onderhouden, voor zover sprake is van een verhoogd risico" . In geschil is of de studiedag para-instructeurs mariniers op 15 december 2006 moet worden aangemerkt als 'onder oorlogsnabootsende omstandigheden in de praktijk brengen van theoretisch onderwezen bekwaamheden, teneinde aldus de bedrevenheid in het uitvoeren van oorlogstaken te verwerven, op te voeren, of te onderhouden', als bedoeld in art. 2, lid 6, onder a, van het Besluit AO/IV. De Rb. overweegt dat niet van beslissende betekenis is of de studiedag een exclusief militair karakter had. Van belang is het karakter van de uitgevoerde activiteit, in dit geval het parachutespringen. De betreffende sprong heeft - gelet op de wijze waarop deze moest worden uitgevoerd, de gebruikte uitrusting en bezien vanuit de operationele taak van het Korps Mariniers (met name van de para-eenheden) - het karakter van het onder oorlogsnabootsende omstandigheden in praktijk brengen van theoretisch onderwezen bekwaamheden teneinde aldus de bedrevenheid in het uitvoeren van oorlogstaken te verwerven, op te voeren of te onderhouden. Bij deze sprong was sprake was van een verhoogd risico. Tijdens de betreffende sprong is bij wijze van proef de nieuwe aanpassing van het MMS-systeem (de ADD) gebruikt. Het ongeval is geschied na (mislukte) pogingen van eiser om tijdens de sprong de ADD in werking te stellen. Niet in geschil is dat sinds het ongeval van eiser geen gebruik meer wordt gemaakt van de ADD. De Rb. is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat sprake is geweest van een situatie als bedoeld in art. 2, lid 6, aanhef en onder a, van het Besluit AO/IV. Derhalve is sprake van een dienstongeval en niet van een bedrijfsongeval. Beroep gegrond. De Rb. ziet aanleiding om, met toepassing van het bepaalde in art. 8:72, lid 4, aanhef en onder c, van de Awb, over te gaan tot finale geschilbeslechting en daartoe zelf in de zaak voorzien. Zij zal het primaire besluit herroepen en bepalen dat, met toepassing van de art. 147 van het AMAR en 2 van het Besluit AO/IV, het eiser overkomen ongeval op 15 december 2006 wordt aangemerkt als een dienstongeval.
De uitspraak op rechtspraak.nl