Art. 2 Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen, Arbeidsongeschiktheid en invaliditeit
Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen
1. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder arbeidsongeschiktheid met dienstverband verstaan: een arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekten of gebreken, die in overwegende mate hun oorzaak vinden in de aard van de aan de militair opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder zij moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid zijn te wijten.
2. Indien ingevolge het eerste lid voor een bepaalde ziekte of gebrek arbeidsongeschiktheid met dienstverband is aangenomen, dan geldt dit eveneens voor een arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een andere ziekte of gebrek waarvoor dat verband niet kan worden aangenomen.
3. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder invaliditeit met dienstverband verstaan: een invaliditeit van tenminste 10% tengevolge van:
a. verwonding, ziekten of gebreken, welke zijn veroorzaakt door de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden;
b. ziekten of gebreken, welke het gevolg zijn van verrichtingen of vermoeienissen aan de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden verbonden, dan wel welke tot uiting zijn gekomen onder overwegende invloed van die verrichtingen of vermoeienissen; of
c. ziekten of gebreken, welke zijn ontstaan, tot uiting zijn gekomen of verergerd mede door inwerking van bijzondere, zeer nadelige invloeden, waaraan de beroepsmilitair in verband met de uitoefening van de militaire dienst in geval van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden is blootgesteld geweest;
4. Onder uitoefening van de militaire dienst wordt verstaan:
a. de uitvoering van expliciet of impliciet gegeven dienstopdrachten of dienstbevelen;
b. het verrichten van handelingen of activiteiten in het kader van algemene of bijzondere dienstverrichtingen; of
c. activiteiten, die gezien het daaraan verbonden dienstbelang als uitoefening van die dienst aangemerkt kunnen worden.
5. Onder buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden wordt verstaan:
a. een uitzonderingstoestand in de zin van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden;
b. de deelname aan operaties ter bevordering of handhaving van de internationale rechtsorde;
c. de verlening van bijstand, zoals onder meer bedoeld in artikel 71 Wetboek van Militair Strafrecht, de artikelen 57, 58, 59 of 62 van de Politiewet 2012 en artikel 146, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover sprake is van een verhoogd risico.
6. Tot de buitengewone omstandigheden in de zin van het vijfde lid worden mede gerekend: een en ander voor zover de gebruikelijke veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de gezondheid geheel of gedeeltelijk buiten werking zijn gesteld.
a. het onder oorlogsnabootsende omstandigheden in praktijk brengen van theoretisch onderwezen bekwaamheden teneinde aldus de bedrevenheid in het uitvoeren van oorlogstaken te verwerven, op te voeren of te onderhouden, voor zover sprake is van een verhoogd risico;
b. afzonderlijk door Onze Minister te bepalen gevallen die bijzonder van aard zijn en waarbij een verhoogd risico aanwezig is;
7. Tot de buitengewone omstandigheden in de zin van het vijfde lid worden eveneens de gevaarzettende situaties gerekend die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van zijn taak waaraan de militair zich vanwege zijn specifieke functie niet kan onttrekken.
7. Voor elke verwonding, ziekte of gebrek wordt afzonderlijk vastgesteld of sprake is van invaliditeit met dienstverband.
8. Indien voor een bepaalde verwonding, ziekte of gebrek invaliditeit met dienstverband is vastgesteld betekent dit dat voor die aandoening, indien die aandoening leidt tot arbeidsongeschiktheid en die arbeidsongeschiktheid in overwegende mate haar oorzaak vindt in de invaliditeit met dienstverband, eveneens sprake is van arbeidsongeschiktheid met dienstverband.
9. Op het onderzoek naar de toepasselijkheid van dit besluit is het Besluit procedure geneeskundig onderzoek blijvende dienstongeschiktheid en pensioenkeuring militairen van toepassing.
10. Onze Minister kan met betrekking tot dit artikel nadere en, zo nodig, afwijkende regels stellen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 13 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3825
- CRvB 14 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4349
- CRvB 18 december 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BG9497
- CRvB 29 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:219
- CRvB 9 december 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:3077
- CRvB 16 mei 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA5925
- CRvB 4 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1231
- Rb. Den Haag 19 augustus 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7873
- Rb. Den Haag 13 augustus 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7685
- Rb. Den Haag 18 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:12832
- Rb. Den Haag 23 mei 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:5966
- CRvB 20 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1171
- CRvB 17 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1393
- CRvB 24 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2905
- CRvB 25 februari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:654
- Rb. 's-Gravenhage 27 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5841
- Rb. 's-Gravenhage 28 maart 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW1056
- Rb. 's-Gravenhage 14 december 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0673
- Rb. 's-Gravenhage 15 december 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5900
- Rb. Den Haag 15 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:20644