CRvB 14 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4349

De Raad deelt niet het oordeel van de rechtbank dat sprake was van een situatie als omschreven in artikel 2, zesde lid aanhef en onder a, van het Besluit AO/IV. Het ongeval heeft plaatsgevonden omdat kort na het begin van de val de rechter risergroep is losgeraakt, betrokkene er niet in slaagde door het lostrekken van de linker risergroep het valscherm geheel af te werpen, waardoor het reservevalscherm in het hoofdvalscherm verward is geraakt. Zelfs al zou worden aangenomen dat het gebruik van een valscherm met een op deze wijze aangepast ADD-systeem leidt tot een verhoogd risico op ongevallen, dan nog kan niet worden gezegd dat het gebruik hiervan maakt dat gesprongen wordt onder oorlognabootsende omstandigheden. Immers juist bij het maken van een watersprong in een daadwerkelijke operationele (oorlogs)situatie zal bij de landing op het water het behoud van het valscherm uit kostenoverwegingen doorgaans geen prioriteit hebben, maar eerder het na de landing snel vervolgen van de operationele opdracht. Het gebruik van dit gemodificeerde systeem kan dus niet bijdragen aan de stelling dat bij de onderhavige sprong sprake was van een specifieke omstandigheid, waardoor in meerdere mate een oorlogssituatie realistisch werd nagebootst. Vernietiging uitspraak. Doende wat de rechtbank had behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen